Direct naar de content

Een kloon als collega

Auteur: Imke Smeets
Gepubliceerd op:
Stuart Baird/Paramount Pictures

Een slaaf. Een gelijkwaardig persoon. Een nepmens. Een bedreigende vervanger. Een individu. In science fiction komen verschillende beelden van de menselijke kloon voor. Tot nu toe zijn die er nog niet (al kunnen we wel huisdieren en apen klonen), maar hoe zullen we hen behandelen in de toekomst? Nadenken over dit soort beelden van klonen in boeken, films en series levert verrassende inzichten op – en niet alleen over klonen.

Jurassic Park. Splice. The Boys from Brasil. Al sinds genetische modificatie bestaat, verschijnen genetisch gemodificeerde dieren en gekloonde mensen in boeken en films. Fictie is een spiegel van de maatschappij en laat onze eigen zorgen en hoop zien voor biotechnologie. In de serie ‘Science F(r)iction’ onderzoeken we deze collectieve gevoelens.

Wat is een kloon?

Vroeger, zoals in de jaren 80, kwamen klonen in science fiction uit reageerbuizen. Ze waren gemaakt van vlees en bloed. Maar deze “biologische” kloon zie je tegenwoordig bijna niet meer in films en boeken. Des te meer zie je een ander soort kloon: een kloon van het menselijk bewustzijn in een artificieel lichaam. Zo’n artificieel mens noemen we een androïde. Op het eerste gezicht lijken de verschillen tussen de biologische kloon en de androïde groot, maar eigenlijk zijn die maar klein. “Beiden zijn reproducties van mensen,” zegt Evert-Jan van Leeuwen, universitair docent in fantastische literatuur aan de Universiteit Leiden. “Beiden zijn door mensenhanden gemaakt. De biologische kloon is net zo onnatuurlijk als de androïde. Alleen het materiaal van het lichaam is anders.”

Soms kun je het onderscheid tussen die materialen niet eens zien. “In moderne science fiction zijn dat soort grenzen, tussen natuurlijk en artificieel, aan het vervagen. We zijn steeds meer gewend geraakt aan dingen die kunstmatig zijn, maar er natuurlijk uitzien. Speciale effecten in films worden steeds realistischer. Zelfs van deepfakes kijken we niet meer op. Het onderscheid tussen natuurlijk en kunstmatig vinden we minder belangrijk. Daarmee veranderen ook de vragen die we stellen. Het is niet meer ‘hoe kunnen we klonen onderscheiden van mensen?’ Maar: ‘als ze zo op mensen lijken, hoe moeten we ze dan behandelen?’”

Still uit ‘Blade Runner 2049’. Hoe moeten dit soort klonen worden behandeld?

Die vragen hebben hun oorsprong in de jaren 60, toen schrijvers zich tegen het wijdverspreide optimisme van hun tijd keerden. Het bekendste boek van die beweging is ‘Do androids dream of electric sheep?’ van Philip K. Dick. Het werd in 1982 verfilmd als de klassieker ‘Blade Runner’, vervolgd in 2019 met ‘Blade Runner 2049’. In dit verhaal worden androïden als slaven gehouden. Dick benadrukte de wreedheid hiervan. Als een kloon – biologisch of artificieel – niet meer van een mens te onderscheiden is, moeten we ze dan niet als elk ander mens behandelen?

Wie krijgt een contract?

“Zou je bijvoorbeeld een kloon of een androïde een werkcontract geven?” vraagt Etienne Augé, universitair docent in science fiction en filmwetenschap aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. “Velen vinden dat een absurd idee. The Guardian schreef hier een paar jaar geleden ook een artikel over, waarin ze het geven van contracten aan androïden vergeleken met een contract aanbieden aan je koelkast of broodrooster!” Een androïde, en ook de biologische kloon, doet immers waarvoor hij gemaakt is, toch? Augé: “Maar laten we eens een paar honderd jaar teruggaan in de tijd. Toen waren er mensen die we geen eerlijk loon gaven, omdat we ze niet als echte mensen zagen: tot slaaf gemaakten. Als iemand toen had geopperd hen eerlijk te betalen, had ook iedereen gezegd ‘ben je gek? Dan stort ons hele economische systeem in elkaar!’ Dit soort vragen zijn dus veel ouder dan science fiction.”

Science fiction gaat dan misschien over klonen of androïden, maar dezelfde vragen die science fiction oproept, kun je dus ook toepassen op andere groepen. Ook vandaag de dag zijn er mensen die we niet helemaal als mens behandelen. Augé wijst op gevangenen. “Als die werken in de gevangenis, moeten ze dan eerlijk worden betaald? Daar maken we nog steeds de fout die we vroeger maakten: we betalen hen niet.” Een ander voorbeeld zijn de Oeigoeren in China. “Zij maken onze iPhones, maar worden nauwelijks betaald. Daar willen we eigenlijk niet kritisch over nadenken, want we willen China niet boos maken en we houden van onze iPhones.”

Behandelen we deze mensen net als klonen?

In moderne science fiction zijn klonen en androïden niet meer weg te zetten als tot slaaf gemaakten en machines. “We beseffen ons dat ze echt individuen zijn,” zegt Van Leeuwen. “Maar ze zijn geen mensen. Hoe noemen we ze dan? We kunnen dan bijvoorbeeld het woord “persoon” gebruiken. Er kunnen dan biologische personen, zoals mensen, bestaan, maar ook artificiële personen.” En personen hebben rechten. Saudi-Arabië erkende bijvoorbeeld een robot als staatsburger – waarschijnlijk als publiciteitsstunt. Dat leidde tot een hoop denkstof voor juristen.

Maar als klonen en androïden personen kunnen zijn, wie dan nog meer? Is iemand die in de toekomst zijn bewustzijn heeft geüpload en alleen nog digitaal bestaat, een persoon? En een orang-oetan, of een dolfijn?

Wat willen we eigenlijk?

Klonen laten ons dus nadenken over rechten en ethiek. Maar ook over onszelf. Want waarom willen we zo graag klonen? “Willen we stiekem dat de klonen ons aanbidden als hun schepper?” vraagt Augé. “Gaat het om ego? Of willen we een specifiek probleem oplossen?” Dat is wat de hoofdpersoon van de comedyfilm ‘Multiplicity’ (1996) probeert. Hij heeft nooit genoeg tijd. Hij loopt achter in zijn baan, zijn vrouw wil dat hij thuis meer doet, en aan zijn hobby’s komt hij nooit toe. Daarom laat hij maar liefst drie klonen van zichzelf maken, zodat die in zijn plaats zijn werk en het huishouden kunnen doen. Augé: “Maar nog steeds heeft hij niet genoeg tijd! En de klonen zorgen ook nog voor aanvullende problemen! Het gaat hier dus om iemand die een wetenschappelijke oplossing zoekt voor een probleem, terwijl de echte oplossing elders ligt: hij moet beter leren plannen en prioriteiten stellen. Zolang je dat niet doet, zegt de film, gaat klonen of een andere wetenschappelijke oplossing nooit helpen.”

Klonen veroorzaken misschien meer problemen dan ze oplossen. Wat als een kloon… een beetje mislukt? In ‘Multiplicity’ (1996) zorgt de idiote kloon nummer vier voor veel kopzorgen.
Tot wanhoop gedreven door zijn “dubbel”, die hem overal volgt en hem herinnert aan al zijn slechte daden, steekt William Wilson zijn dubbel door het hart… en vermoord daarmee een deel van zichzelf.



Een tweede belangrijke vraag: waarom vinden we klonen vaak zo’n eng idee? Zijn we bijvoorbeeld bang om vervangen te worden? Van Leeuwen zegt: “Als er iets is waar mensen aan vasthouden, dan is dat het idee dat elk mens een unieke persoonlijkheid heeft, hoeveel we lichamelijk ook op elkaar lijken. De kloon zet dat helemaal op zijn kop.” Die angst is ouder dan klonen. In het negentiende-eeuwse gothic genre, bijvoorbeeld in het verhaal “William Wilson” van Edgar Allan Poe, komt de ‘dubbel’ voor. De dubbel is een mysterieuze figuur die opduikt in het leven van de hoofdpersoon, en die precies op hem lijkt. Sterker nog: vaak is deze dubbelganger beter dan de hoofdpersoon. Mooier, slimmer, of moreel superieur. Net als de dubbelganger bedreigt de kloon ons gevoel van identiteit. En als de kloon alles kan doen wat wij ook doen, en het misschien zelfs beter kan dan wij, zullen wij dan overbodig worden?

Wat is een mens?

De vragen die science fiction stelt over klonen, gaan dus eigenlijk over mensen. Wie zijn wij? Volgens Augé is die vraag voor Nederlanders extra van belang. “In mijn tweede baan train ik diplomaten van over de hele wereld. Ik vraag hen: noem drie waarden die jouw land belangrijk vindt. Diplomaten uit alle andere landen vinden dat geen probleem. Maar Nederlanders noemen tolerantie… en weten dan niets meer te bedenken. Het blijkt voor Nederlanders heel lastig om zichzelf te definiëren.” Tegelijkertijd heeft Nederland nauwelijks science fiction van eigen bodem. Is dat toeval?

“Science fiction staat vaak lijnrecht tegenover simpele zwart-witverhalen,” gaat Augé verder. “Science fiction laat zien: er zijn niet maar twee opties, maar veel meer! Het daagt ons uit om te stoppen met denken in opposities. Tegelijkertijd waarschuwt science fiction ons: als we dit pad volgen, kunnen er gevolgen zijn.” We zouden bijvoorbeeld de fouten uit onze geschiedenis kunnen herhalen en een nieuw tijdperk van slavernij inluiden. Of we zetten klonen in voor problemen die helemaal niet op die manier op te lossen zijn, waardoor het probleem misschien wel groter wordt. “Maar luisteren we ook naar die waarschuwingen? Science fiction speelt vaak de rol van Cassandra uit de Griekse mythologie. Zij was een ziener en kon dus de toekomst zien, maar ze was vervloekt, waardoor niemand ooit naar haar luisterde.”

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen

  • Dolly en Herman op het witte doek

    Jurassic Park. Deep Blue Sea. Margaret Atwoods Oryx and Crake. Al sinds genetische modificatie bestaat, verschijnen genetisch gemodificeerde dieren in boeken en films. Fictie is een spiegel van de maatschappij en laat onze eigen zorgen en hoop zien voor biotechnologie.

    • Duurzaamheid vergroten
    • Science F(r)iction
    • Voedsel produceren
  • Huisdier op herhaling

    Het laten klonen van huisdieren is in China booming business. In Nederland is dat verboden, maar je kunt wel een gekloonde versie van je huisdier importeren. Ideaal zou je zeggen, want je krijgt een jonge versie van je huisdier terug. Maar is het wel ethisch verantwoord om je huisdier te laten klonen?

    • Ziekten voorkomen
  • Wat kunnen we (niet) met CRISPR-Cas?

    Misschien heb je weleens gehoord van CRISPR-Cas, of simpelweg CRISPR. Het is een moleculair gereedschap dat DNA eenvoudig aanpast. Maar wat kunnen wetenschappers daar precies mee? En wat niet?

    • Voedsel produceren
    • Ziekten genezen
    • Ziekten voorkomen
Meer artikelen